Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik geloof het wel!'

„Mis kind I Waar zijn je gedachten toch ? Je luistert niet! 't Is van Schumann, uit het „Paradijs en de Peri. Irene kreeg een kleur, nam het programma op, wierp

er een blik in en zeide verward: (

„Ja oom, u heeft gelijk. Das Paradies und die Pen. Zij keek op om haar verlegenheid te verbergen, en plotseling werd zij doodsbleek om dadelijk weer sterk te blozen.

Op eenige stappen van haar aan een tafeltje, waaraan een paar officieren en eenige andere jonge mannen zaten, herkende zij eensklaps dengene met wien haar gedachten onophoudelijk bezig waren. Réné Holtzius, hij moest haar gehoord hebben, toen zij over de Peri sprak. Hij zag ook naar haar, hun oogen ontmoetten elkander; als onwillekeurig raakte hij zijn hoed aan maar zette het gesprek met zijn buren voort, en verwaardigde zich

niet haar weer op te merken.

Zij kon echter den blik niet van hem afwenden, was het verbeelding of werkelijkheid ? Maar hij ook zag er slecht en bleek uit; er lagen zwarte kringen rondom zijn oogen, die in hun kassen diep weggezonken schenen. Zou hij dus ook lijden ? O dat was nog erger dan dat zij alleen leed. Zij voelde diep medelijden met zichzelf en met hem, ach ! zou zij zich nu altijd zoo ongelukkig, zoo diep ongelukkig voelen als thans ? Zou er geen uitkomst zijn ? Zij zag rond, wat schenen al die mensehen gelukkig en luchthartig. Hadden zij ook niet alles om gelukkig te zijn ? Wanneer men getrouwd was en men had zijn man en kinderen lief en men ging uit en had zijn werk en gepaste afleiding, was dit niet voldoende om tevreden te zijn f

Sluiten