Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En, droomend door uw beeld bewogen,

Wist ik, dat zich mijn einder sloot — W^ist ik van dag en duisternis En al wat onherroeplijk is —

En wat ik werkte en wilde — och Ik wist u toch! ik wist u toch!

Sinds vond de zon u bij mij slaan, En gaaft gij mij de uren aan,

En reiktet gij mij 't avondbrood, En leiddet gij mij in mijn droomen, —• En nooit week meer de zachte druk Fan uw gestaag bitter geluk O milde stille dood! ~ —

Waarom zijt gij zoo vroeg gekomen,

Waarom waait gij de wereld bloot En blaast in 't leve' als ledig kaf, -— Waarom ,— waarom laat gij niet af Jlet uw geduldig waken — och Ik ken u toch? ik ken u loch ?

Sluiten