Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alleen om de politie te helpen, doe ik dat. Daarom

kom ik nu bij je, — aan humor en vertrouwlijkheid ontbreekt het den boeven nooit — Je moet me deksels gauw aan een zaag helpen, want we gaan vannacht bij een goudsmid in de buurt van de Botermarkt (thans Rembrandtsplein genaamd) inbreken. Ik ga mee. Is het zaakje aan den gang, dan trek ik me terug. Wat zeg je daarvan? Je ziet als er wat is, denk ik om je. Je kunt een mooien slag slaan.

Ben je gek kerel! stoof ik op. „Denk je dat ik je

gereedschap lever om in te breken? Je bent niet goed bij je hoofd. Verbeeldt-je, de politie zal de heeren inbrekers helpen. Wie heeft dat ooit op de viool hooren spelen. Maak nu maar als de drommel dat je hier vandaan komt en ik raad je van die inbraak af te zien. Pas op hoor. We zullen op jou en je vrinden letten.

— Je mot het zelf weten. Maar mij zie je nooit weer om je de geheimen van de jongens te vertellen.

Pruttelend en brommend ging Karei weg.

Onmiddellijk nam ik mijn maatregelen. In de buurt werd den geheelen avond wacht gehouden. Te twaalf uur werden de posten versterkt, ook deze mannen stelden zich verdekt op. Ik ging naar het bureau om tijding af te wachten en gereed te kunnen zijn, bij gevraagde hulp assistentie te verleenen. Het werd één uur, twee uur, drie uur, geen enkel bericht. De klok slaat vier uur. Ik begon te wanhopen. Met den laatsten slag van vieren kreeg ik bericht, dat de heeren bezig waren uit de voordeur van den goud- en zilversmidswinkel het paneel te zagen. Ik er naar toe. Nog zijn ze bezig. „Laat gaan mannen, nog niet !" Het paneel is er uit. Er kruipt een door de opening, de tweede, de derde, de vierde. Toen wij er op af. We overvallen de heeren, doen ze de manchetten aan

Sluiten