Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leden. In mijn geboorteplaats woonde een oude, gewezen dominé, die mij als jongen had gekend. Dien klampte ik aan, hield me erg vroom, sprak van berouw en hoop op vergeving, en bad hem om genade. Dat hielp. Hij nam mij in bescherming. Ik toonde beterschap. Daarom bezorgde hij mij het baantje van boodschaplooper

Het geluk diende mij. Ik ging trouw naar de kerk, geen Zondag sloeg ik over. Daar kreeg ik erg in een oude juffrouw, met wie ik een praatje maakte. Het duurde met lang, of ik wachtte haar na de preek op en bracht haar naar huis, terwijl we de preek bespraken, die ik altijd dierbaar vond. Zoo sloten wij innige vriendschap.'Van beide zijden erg gemeend, van mijn kant omdat: de juffr<ouw in goeden doen en een aardig stuivertje had. Ik had al dadelijk gemerkt dat ze, ondanks haar leeftijd van een verliefde contemplace was. Ik stelde haar daarom voor samen te trouwen, wèl zorgende dat zij met achter mijn verleden kwam. En zoo trouwden wij. Ik kreeg nog een baantje aan de kerk, en zoo sleten wij eenige genoegelijke jaren, want zij was een best wijf. Ze zorgde voor me als een kind, ze wende me van het drinken af, en stond er op, dat ik altijd proper en netjes was.

Nu weer een ramp, mijn vrouw is gestorven. Ik heb haar netjes en eerlijk begraven. Ik ben, na haar dood, als een schip zonder roer. Zonder haar kon ik het op die kleine plaats niet uithouden. Ik heb daarom de meube tjes en al het huisraad verkocht. Wat dat opbracht, gelegd bij het losse geld was een heel aardig duitje. Met dat geld op zak ben ik naar Amsterdam gekomen om er weer te gaan wonen. Jou kom ik opzoeken om je te vragen mij van dienst te zijn. Kun je me niet aan een of ander klein baantje helpen? '

Sluiten