Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat hij ontving door zijne ouders gezonden werd. De juffrouw vond den man menschenschuw. „Kortom' — eindigde ze — „hij is een goed mensch, maar een zonderling."

Wij hoorden dit verhaal aan zonder een enkele opmerking. Hartman wierp mij een blik van verstandhouding toe en beval mij aan in de goede zorgen der oude juffrouw, verliet mij en zegde mij op nieuw zijn hulp toe. De juffrouw bracht mij naar een kamer, die er proper uitzag, maar iets uit den tijd was. Alles in dit huis, de kamers en de juffrouw en de meid zagen er antiek uit, alles had iets droomerigs, onwezenlijks. Ik bekeek mijn kamer eens, mijn bed, de oude gravures en ging eindelijk in een gemakkelijken stoel zitten, om wat ik wist en wat ik vermoedde te vergelijken. Dit stond al dadelijk bij mij vast, dat de zonderling, de man die hier woonde, in geen geval de moordenaar van Mevrouw v. d. Kouwen kon zijn, want hij had Londen niet verlaten en bleef nooit een dag of nacht uit. Maar. . . dacht ik ... hij kon tusschenpersoon zijn en de van Mevr. v. d. Kouwen gestolen effecten verkoopen. Ik begreep dat ik voor een raadsel stond, en ik zou niet rusten, alvorens ik het opgelost had.

Het eerste wat ik deed was mijn chef te Amsterdam het volgende telegram te zenden: „Arrived. I send letter". Door verminking van het telegram, in plaats van arrioed (aangekomen) stond er arrested (aangehouden), bracht ik groote vreugde op het Amsterdamsche Hoofdbureau. Men dacht er, dat ik den moordenaar gearresteerd had. Mijn spoedig gevolgde brief gaf echter de juiste lezing.

Den volgenden dag kreeg ik voor het eerst den zonderling te zien. 't Was tegen den middag. Ik zat in een hoek van de eetkamer schuin tegenover de deur te lezen of te doen als of ik las. Ieder wie binnenkwam, nam ik goed

Sluiten