Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met simulatie of met werkelijke krankzinnigheid (of inwendig gebrek) te doen hebben.

Bij het bezoeken en spreken met gevangenen moet men onderscheid maken tusschen misdadigers en misdadigers. Niemand krijgt een vonnis voor zijn goeddoen en het blijkt eene waarheid, wat mij eens een gevangene — beroepsmisdadiger — zeide, dat de rechters meer schuldigen vrijspreken, dan onschuldigen veroordeelen. Zoolang geen wettig en overtuigend bewijs aanwezig is, zal een verdachte niet veel gevaar loopen een veroordeelend vonnis te ontvangen.

Wie dus gestraft wordt, heeft het verdiend. Maar nu komt de een met den strafrechter in aanraking, b.v. door eene onbezonnen daad, door eene drift; en de ander door oogenblikkelijke moeilijke omstandigheden, door verkeerde raadgevingen, b.v. bij faillissementen; zulken zijn dikwijls strafschuldig, voor zij zelve goed bewust waren, dat zij misdreven.

Anders zijn de beroepsmisdadigers. Die hebben doorgaans al heel wat misdreven, eer de justitie vat op hen kan krijgen. Zij verstaan uitnemend de kunst om door de mazen van het net der strafwet te glippen, dank zij het onderwijs, dat zij daartoe op verschillende manieren ontvangen.

Maar met al hunne geslepenheid vliegen zij er ten slotte toch in. En dan is het maar de vraag, hoe er zich uit te praten. Staan de getuigen ietwat zwak, dan kan eene kans gewaagd worden dezen omver te praten; is de kans daarop zeer gering, dan is het zaak zich voor den domme te houden of den onnoozele te spelen, maar geeft ook dat niets, dan doen, en vooral praten zij, of zij gek zijn.

Met zulk een simulant hebben wij hier te doen. Een heer in al zijn doen, maar voor de maatschappij hoogst gevaarlijk.

Bij voorkeur zocht en vond hij'zijne slachtoffers onder de vrouwen. Door zijn voorkomen werd hij daarin zeer begunstigd.

Sluiten