Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijn vonnis was zoo zwaar als maar mogelijk was: levenslang. En nooit heb ik gelezen of gehoord, dat zijne straf verminderd is geworden.

Na zijne veroordeeling werd hij overgebracht naar Leeuwarden en nooit heb ik iets meer van hem gehoord. , , , , Maar ook nooit heb ik iemand zijn bedreven kwaad en diepen val zoo zien beweenen als deze man. Niet alleen om de straf, die rekende hij rechtvaardig verdiend, maar om zijne lage misdaad. Als hij daarover begon, kon men hem in zijne tranen wasschen. En gaarne hoorde hij spreken over de vergevende liefde in Christus. Het grootste genot verschafte hem de Zondag; dan mocht hij naar de kerk. Daar was hij gaarne, dan voelde hij' zich rustig; daar vond hij kalmte voor

zijn onrustig hart.

Wat er van beklijfd is, weet ik met. Nooit verzuim ik tegenover zulk een persoon te denken aan het spreekwoord onzer vaderen: wij moeten het maar eerst laten overwinteren en laten overzomeren. Maar ik wil toch ook niet vergeten, dat de Heiland in de ure van Zijn kruisdood in genade dacht aan iemand, die ook een moordenaar was, misschien niet minder dan deze.

XXIV.

Wijntje en Trijntje.

Wij gaan enkele cellen verder. Hier vinden wij een ongeveer dertigjarig man. Wijntje en Trijntje, beiden hebben hem ten gronde gebracht. Hij dronk en is steeds meer gaan drinken. Dit doet hem leed. Gaaine zou hij zes weken om niet werken, als hij van den drankduivel verlost kon worden. Als hij werkt, bidt

Sluiten