Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iiaar maxi; zij vraagt der politie hem los te laten en hem baar mede te geven naar huis, maar zij wordt afgesnauwd en nu komt zij zelve in 't gevecht; zij ontwringt, een agent zijn wapenstok en raakt hem daarmede zoodanig, dat hij met bebloed hoofd den strijd verlaat en „mevrouw Kenau" ten slotte met haar heer gemaal als arrestante medegaat naar 't politie-bureau. En nu zijn beiden hier, zij voor veertien dagen wegens mishandeling en verzet en hij voor acht dagen wegens openbare dronkenschap en verzet.

.... Vindt u het goed — zoo vroeg ik haar — dat u als vrouw zoo tegen de politie optreedt?

Neen meneer, ik vind het afschuwelijk en het spijt ine zeer, dat ik het gedaan heb, maar ik kon toch mijn man niet zoo door de politie laten behandelen ?

Ik had niet den moed, hierop te antwoorden. Alleen wees ik haar op de treurige gevolgen van drankgebruik.

Daarvan is niemand meer overtuigd dan ik, meneer. Maar dat helpt mij zoo weinig. Zoo gaarne wenschte ik, dat mijn man daar óók zoo van overtuigd was. 't Is zoo jammer. Hij is overigens zulk een goed en werkzaam man. Maar ik wanhoop nog niet aan zijne verandering...

Vóór haar vertrek bezocht ik haar nog even. Ik nam afscheid van haar met den wensch haar nog wel eens te ontmoeten, maar niet meer aan deze plaats.

„Niet gaarne zou ik weer hier komen en ik hoop er voor bewaard te worden, maar — en nu kwam er een traan in haar oog — ik heb maar één man, meneer, en daar doe ik alles voor, en als de politie mijn man weer zoo behandelt, zal ik hem weer helpen "

Zoo sprak zij niet als eene furie, maar als eene vrouw, die haar man liefheeft als haar zelve.

Zij is nooit meer teruggekomen. Bij een later bezoek aan haar huis vond ik haar zoo gelukkig als iemand maar zijn kan. En niet zonder reden; de ge-

Sluiten