Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omdat het hem niet onbekend was, dat de toenmalige Directeur liefst zoo strafte, dat het eene tweede maal

niet noodig was.

Het leven van dien man was inderdaad eene geschiedenis. Reeds als kind was hij voor zijne, zoo achtenswaardige ouders, een voorwerp van bijzonder veel zorg en verdriet. Zij hadden meer te doen met hem alleen, dan met al de andere kinderen samen. Van geregeld schoolgaan b.v. was bijna geene sprake. De onderwijzer, die het hem naar den zin kon maken, moest nog 'geboren worden. Voor privaatlessen voelde hij bepaald niets. Het liefst was hij op straat en aan geregeld thuiskomen dacht hij nooit. Zijne kameraden behoorden niet tot de beste soort, en over eene bestemming voor het leven bekommerde hij zich niet. Het kantoorleven, al wist hij er nog niets van, haatte hij, evenals elke studie, met een volkomen haat, en van een vak moest hij niets hebben, zoodat de ouders met dezen onwilligen en weerbarstigen knaap al spoedig ten einde raad waren. En hoeveel traden zijne moeder het ook gekost heeft, het was toch als eene verademing toen hij op zekeren dag thuiskwam met de mededeeling, dat hij naar Harderwijk was geweest, en nu als koloniaal naar Indië wilde. Wel kostte het den vader heel wat strijd om daartoe verlof te geven, maar hij begreep verstandig te doen, zich in het onvermijdelijke te schikken en den jongen

in vredesnaam te laten gaan. ...

Zoo spoedig mogelijk keerde hij naar Harderwijk terug, waar hij teekende; en bespaarde zijn ouders het verdriet, hen in zijn uniform onder de oogen te

komen. ,

Betrekkelijk spoedig ging hij naar Indië, en daar ging het hem inderdaad vrij goed. Zijn vlugge geest en hetgeen hij nog had medegenomen van zijn meer uitgebreid lager onderwijs, hielpen hem spoedig, eerst aan de korporaals- en daarna aan de onderofficiersstrepen.

Sluiten