Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar overgelaten zijn aan hunne eigene indrukken en herinneringen.

De Zondag is, in 't bijzonder in eene strafgevangenis, een rwsidag; dan hoort men als 't ware de stilte in het gebouw.

Behalve de uren van kerktijd, blijven alle cellen gesloten, niemand wordt geroepen tot eenigen arbeid. Alleen wie dienst moet doen, zooals de kok en machinist, met de gevangenen, die hen helpen moeten, zijn aan het werk. Maar in de cel mag niemand eenig werk verrichten. Dat wil niet zeggen, dat niet een enkele, vooral wanneer zijn werk geen gedruisch veroorzaakt, dit gebod overtreedt, maar dat is uitzondering, geen regel.

Maar, zoo vraagt men misschien, hoe brengen die menschen dan hun langen dag door. Zijn zij niet der verveling prijs gegeven?

Daarvoor wordt behoorlijk gezorgd.

Vooreerst krijgt ieder man 's Vrijdags uit de ruim voorziene en goed gecatalogiseerde bibliotheek een leesboek, waarbij zooveel mogelijk rekening wordt gehouden met bevatting en ontwikkeling van den persoon. Dat wordt juist gegeven met het oog op den Zondag. Vervolgens mogen zij op dien dag, en op dien dag alleen, hun brief schrijven. Daarvoor krijgen zij, wanneer zij zich tijdig hebben opgegeven, het benoodigde dubbele velletje papier met enveloppe; velen schrijven er zooveel op als maar mogelijk is, door dat zoo klein mogelijk te doen en door er dan nog eens dwars over heen te schrijven. Dat is dus reeds eene heele tijdpasseering. Dan mogen ze op Zondag de portretten bij zich hebben van vrouw, ouders of kinderen, of andere familieleden. Er zijn er die daarvan soms eene geheele tentoonstelling maken, natuurlijk alleen voor zichzelven. Komt bijgeval eens iemand in hunne cel, die met belangstelling hunne portretten bekijkt en dan liefst, zooals ik wel eens voor hen deed, met een vergrootglas, dan zijn zij de wereld te rijk.

Sluiten