Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

besliste, wraak en weerwraak herleefden in volle kracht en zij, die zelf misdaad op misdaad bedreven, heerschten over anderen, oordeelden en straften.

Eerst in de Xlde eeuw kwam in dien ontzettenden toestand eenige verbetering door een kerkelijke instelling »de Godsvrede» genaamd, die spoedig gevolgd werd door een dergelijke instelling, die men den »landsvrede * noemde. De landsvrede was een verdrag tusschen de groote en kleine heeren, waarbij men zich onder eede verbond, om orde verstorende handelingen na te laten en met prijsgeving van eigen inzichten, gezamenlijk tegen de verstoorders op te treden. Waar een landsvrede was afgekondigd, werd een gepleegde misdaad, als makende inbreuk op den publieken vrede, gestraft.

Hiermede was wel een stap in de goede richting gedaan doch ook niet meer. De heeren bleven op hunne goederen den baas spelen en behielden omtrent misdaad en straf de meest uiteen loopende begrippen.

Langzamerhand kwam een andere macht zich bij de kleine en groote vorsten voegen n. 1. die der steden. De besturen dier steden, begrijpende, dat voor alles rust en vrede binnen de muren noodig waren, om zich krachtig te kunnnen ontwikkelen, handel en industrie tot hoogeren trap van bloei te brengen, en het hoofd te kunnen bieden aan de vorsten en edelen, die onder verschillend voorwendsel zich voortdurend van het bestuur trachtten meester te

2

Sluiten