Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hetgeen h^ar te wachten staat, als ze blijft toegeven, het wel gedaan te hebben, doet haar tegen zichzelt, dat wil zeggen, tegen haar onbewuste ilc zeggen: pas op, houd vol je hebt het niet gedaan hoor; en een bepaald centrum) mogelijk in haar onderbewustzijn wordt vervuld en doortrokken van: ik heb het niet gedaan. Mocht het kind m sommige oogenblikken tot zichzelven zeggen: eigenlijk heb ik het wel gedaan, dan zal het denkbeeld haar dadelijk als onwezenlijk, als een droom voorkomen. En nu is niets meer in staat, haar af te brengen van het denkbeeld, dat ze het niet heeft gedaan. En zelfs als het kind eenmaal zoo oud en zoo intelligent mocht zijn, dat ze onomwonden en objectief over het feit zal spreken, dan zal het denkbeeld van onschuld voortdurend vanuit haar onbewuste persoonlijkheid aangevuld, minstens even sterk of sterker spreken, dan de bewustheid, dat ze werkelijk de daad bedreef.

De practijk van "het dagelijksch leven kent al sinds oude tijden deze soort van onuitroeibare leugen: hij liegt zoo, dat hij zelf 'gelóóft dat het waar is, treffen we al bij Coster

aan. (± 1600.)

Eenige gevallen van leugen.

In het voorgaande werd alleen gehandeld over die gevallen van onjuist getuigen, die hun oorsprong vinden in onnauwkeurig waarnemen en in verwarring van interne- en ex

terne gewaarwording.

Van bespreking uitgesloten was de leugen waarover hier iets zal worden gezegd, n.1. de opzettelijke leugen, uitgesproken hetzij om door de daardoor opgewekte valsche voorstelling straf te ontgaan, hetzij, om voordeden te verkrijgen, subsidiair zijn eigen wraakgevoel te bevredigen, door een ander te doen straffen. Elke onwaarheid, tot deze groep behoorende, noemen we met den gemeenschappelijken naam noodleugen. De andere groep is die der pathologische, d.w.z. in de denkfuncties van de liegende persoon hebben zulke

Sluiten