Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kennen, wat achter de natuur verborgen ligt en haar mogelijk maakt. ') Zij wordt, althans voor de meer beschaafde volken verdeeld in hoogere en lagere metafysica. De eerste vindt hare „Beglaubigung" in zichzelve; de andere daarentegen verkrijgt haar geloofsbrieven van buiten. De metafysische systemen, welke tot dezen laatsten algemeenen vorm kunnen worden teruggebracht, zijn bekend ouder den naam van godsdiensten. Zij steunen op de openbaring. Hunne argumenten zijn hoofdzakelijk bedreigingen met eeuwige en tijdelijke straffen en de ultima ratio theologorum is bij vele volken de brandstapel of iets dergelijks. Elke godsdienst is voor bet gewone volk bestemd; hij moet daarom steeds den stempel dragen zijner „allegorischen Natur" en bijgevolg ook zich kunnen beroepen op „Mysterien, namlich gewisse Dogmen, die sicli nicht einmal deutlich denken lassen, geschweige, wörtlich wahr sein können". 2)

Geheel anders is het gesteld met de metafysica van de eerste soort. Was de tweede bestemd voor het profanum vulgus, dat slechts kan gelooven en wien dat geloof door de bedienaren van den godsdienst uit eigenbelang wordt bijgebracht, de eerste spreekt tot het verstand, tot hen die „Urtheilskraft" hebben. Zij is de wijsbegeerte. De tilozofie toch is niets anders dan het juiste, universeele begrip dei- ondervinding zelve en haar ware verklaring naar zin en inhoud. 3)

Wat geeft Schopenhauer met deze omschrijving der tilozofie te kennen?

De fysica, de natuurwetenschappen zijn allerminst in staat de verschijnselen, den toestand der wereld te verklaren, wijl zij uitgaan van een nog veel meer onbekenden factor dan de verschijnselen zelve n.1. van de natuurwetten, die op natuurkrachten berusten. De fysica moge in de laatste eeuwen nog zooveel gevorderd zijn, zij kan ons geen stap nader brengen

') Zoolang een volk zich nog niet uit den „Zustande der Roheit herausgearbeitet hat" kan het met de laatste — Metaphysica für allen volstaan. Later niet meer. Hieruit blijkt reeds, van welk gehalte Schopenhauers metafysica is. Nietzsche vond er zijn Herrn- und Sklavenmoral. We kunnen thans Schopenhauer niet verder volgen bij de uiteenzetting over het wezen van den godsdienst. We merken alleen nog op, dat hij verklaart geen pantheïsme, rationalisme of atheisme in den godsdienst te kennen, maar slechts pessimisme en optimisme. Zie bd. 3 bladz. 183.

!) Vgl. Werke t. a. p. bladz. 204.

') Vgl. Werke t. a. p. bladz. 197.

Sluiten