Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van een dergelijke redeneering nog buiten rekening gelaten, meenen wij, dat Schopenhauer veeleer zijn eigen inwendige gesteldheid, zijn onhebbelijk karakter »ot grondslag zijner theorie genomen heeft. Naar dit beeld heeft hij zich een wereld gemodelleerd. „Schopenhauer ptlegte nicht viel an Wohl und Wehe anderer zu denken," zegt Paulsen zeer terecht. „Was er gedacht und geschrieben hat, bat er um seiner selbst willen geschrieben." Zijn eigen persoonlijkheid in zijn geschriften afbeelden was zijn doel. Daarvandaan, dat bij hem objectieve bewijsvoeringen, ontleend aan de wereld buiten hem, niet of slechts uiterst zelden worden aangetroffen. En vindt men ze, dan vraagt men zich zeiven af, of zij inderdaad ernstig gemeend zijn, want in den regel is reeds alleen de toon, waarop zij zijn neergeschreven, een duidelijk bewijs, dat zij voor den wijsgeei zeiven hoogstens de waarde hebben, dat zij hemzelven zoowel als anderen omtrent 's werelds miserie min of meer in illusie brengen. .

Het persoonlijk karakter van Schopenhauers pessimisme maakt, dat het ons minder droefgeestigheid en minder ziekelijke, werkelijke melancholie biedt, maar meer, laten we zeggen, schrikwekkend afgrijzen van de wereld en het leven. Hierin meende hij den vrede te vinden, dien hij overal elders te vergeefs zocht.

Schopenhauers inborst was niet aangelegd tot edele aspiraties. Gelijk zijn moeder getuigt, was hij reeds vanaf zijne vroegste jeugd een onverdraagzaam wezen, vol ijdelheid, zonder deemoed, zelfzuchtig, lichtgeraakt, weerbarstig en grillig. Tegenspraak kon hij niet dulden en wanneer iemand iets tegen hem misdaan had of, hoe dan ook, zijn toorn had opgewekt, dan moest hij het ter dege ontgelden. Schopenhauer zocht en vond steeds gelegenheid zich te wreken en zijn woede te koelen.

Wel verre van zijn opvliegend karakter te beteugelen, zijn kwade neigingen in te toornen en zoo zijn levensloop een andere richting te geven, liet hij op rijperen leeftijd veeleer vrij spel aan al zijne booze hartstochten en vormde zich zoodoende een karakter, dat hem tot den zwartgalligste onder de menschen stempelde en zijn later leven vooral bitter maakte. Hij zag zich gedoemd tot de eenzaamheid, want hij vluchtte

*) Paulsen: System der Ethik. 7® und 8e verb. Auflage bd. 1 blz. 392.

Sluiten