Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O Heer die daer.

(Uit:Adrianus Valerius.Neder-landtscheGedenck-clanck{ló2ó)).

O Heer die daer des Hemels tente spreyt,

End wat op aerd' is hebt alleen bereyt, Het schuymig woedig meyr kond maken stille, End' alles doet naer Uwen lieven wille, Wy slaen het oog

Tot U omhoog,

Die ons in ancxst en noot Verlossen kont

Tot aller stond,

Jae selfs oock vande doot.

Als ghy (o vrome!) dickwijls hebt gesmaeckt,

Vermaeckt u nu vrij dat 't u herte raeckt,

Looft God den Heer met singen ende spelen, End' roept vrij uyt te saem met luyder kelen: Hadd' ons de Heer

(Hem sy de eer)

Alsoo niet bygestaen,

Wij waren lang

(Ons was soo bang)

Al inden druck vergaen.

Sluiten