Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE BEDRIJF.

(Een eenvoudig-burgerlijk gemeubelde kamer in Van der T h ij n e n's woning.)

EERSTE TOONEEL.

Anneke, Van der Thij nen; de vrouw heeft eenig huiselijk werk onder handen, terwijl Van der Thijnen in een boek bladert.

Anneke.

Dus — uw besluit staat vast? Gij hebt geen oor Voor 't aanbod, dat u Munsters vorst liet doen?

Van der Thijnen.

Dat spreekt van zelf! — Hoe? Dacht gij, dat ik nog Eén oogenblik slechts in beraad stond? — Neen! Wie anders van mij dacht, die kent mij niet.

Anneke.

Verlokkend is toch 't voorstel, schitt'rend zelfs. Hoe waren wij op eenmaal van veel zorgs Voor goed verlost, te meer nu ons gezin Al zachtkens aangroeit en 'k mij zelve vraag:

Vanwaar voor nog méér monden 't daaglijksch brood?

Van der Thijnen.

Ook diaraan dacht ik; maar, mijn eer, mijn goede naam,

Sluiten