Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kerkelijke Besturen, en eene beheersregeling ie patroniseeren die de juistheid van dat beginsel negeert, en aan zelfstandige colleges van wege de genieenten gekozen, het toezicht opdraagt? Geen houding hoegenaamd. Waarlijk, de kerk slaat zoodoende een zot figuur. Zeki r heeft zij het recht van zienswijze te veranderen; maar niet stilzwijgend, zonder daarvan behoorlijk rekenschap te geven, en het goed recht dier verandering aan te toonen. Waartoe zelfs geen enkele poging is beproefd.

Nu zal men zeggen misschien: ja maar de Prov. Kerkbesturen oefenen dit toezicht immers niet zei ven uit; maar door eene Commissie, die door hen benoemd is! Wij meenen dat dit aan de eigenlijke zaak niets veranderd! Ja, menigmaal is 't nog beter het met den baas dan met den knecht te doen te hebben!

Wordt het Reglement onveranderd aangenomen, dan geraken de beheerders beslist onder curateele van de Kerkelijke Besturen; van de Kerkeraden eenigszins, van de Provinciale Kerkbesturen gansch en al. Wij zullen dit met eenige voorbeelden aan 't Reglement ontleend aantoonen.

Volgens art. ö f worden er geene ondersteuningen verleend uit de kerke-fondsen aan eenige inrichting van godsdienstigen of zedelijken aard, dun nadat daarover eerst de kerkeraad is gehoord.

Naar art. 7 worden aan het vruchtgebruik der kostcric-goedcren geene bijzondere, kerkelijke of andere werkzaamheden verbonden, of storting van zekere som in de kerkekas, zonder goedkeuring ran den kerkeraad.

Wordt het noodig, beschikkingen te maken over de kerkelijke goederen eener gemeente wegens achteruitgang — dan heeft de kerkeraad stern mee in 't kapittel, naar art. 9.

Een afschrift van den inventaris der kerkelijke goederen door Kerkvoogden en Notabelen gemaakt wordt naar art. 25 gezonden aan den kerkeraad.

Kerkelijke bedienden worden door kerkvoogden benoemd, van instructie voorzien, geschorst, ontslagen, den kerkeraad gehoord, art. 27.

Tot het aangaan van leeningen, 't bezwaren, verpanden enz. der kerkelijke goederen wordt geene toestemming gegeven dan na den kerkeraad te hebben gehoord, art. 2(J.

Voor geldbelegging anders dan door inschrijving op een der Grootboeken N. W. S. en leeningen onder Hypothecair verband wordt de kerkeraad gehoord, art. 80.

Kerkvoogden nemen geen deel aan onderhandscho huur of pacht van kerkgoederen, of de kerkeraad moet zijn gehoord, art. 31.

Kerkvoogden staan 't gebruik der kerkgebouwen niet af zonder toestemming van den kerkeraad. art. 33.

De kerkeraad ontvangt een afschrift van de goedgekeurde begrooting (art. 36), van de definitief goedgekeurde rekening (art. 40), van het Plaatselijk Reglement (art. 67).

Welnu, blijkt uit de aangehaalde artikelen niet duidelijk, dat

Sluiten