is toegevoegd aan uw favorieten.

Feestnummer Onze missionarissen en missiehuizen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het lang weerhouden water stroomde woedend over li' f veld en viel onverwachts de huizen binnen met onweerstaanbare»} woesten drang.

„Vluchten!" Eilaas de kreet werd niet gehoord en toen de meeste menschen ontwaakten, waren ze ingesloten door de watermassa, die altijd liooger klom.

Een ontzettende wanhoopskreet voer over de ziedende zee. Schreiende vrouwen en kinderen riepen ter hulp en baden hardop om verlossing. Schorre en vermoeide mannenstemmen schreeuwden boven het gedruisch uit van instortende schuren en liet doffe geklots der golven in de straat.

„Hulp ! Hulp !" weerklonk het overal. De menschen waren gevlucht naar de bovenkamers en de zolders en reeds kwam

O

het water de trappen op met dreigenden golfslag.

Aan genen oever van de Loire drongen de menschen samen en zagen onmachtig naar het schrikaanjagend tooneeL De dag brak aan en van het lieele gehucht staken nog slechts de grijze puntgevels boven den woedenden stroom uit.

„Hulp! IIulp!" Maar zelfs de koenste schippers staken mismoedig de koppen bijeen en mompelden: Onmogelijk !.... Hij is verloren, die liet waagt.... De stroom zou hem verpletteren en zijn boot doen kantelen als een notedop.

En toch, hoort die kreten van wanhoop, ziet, ginds op die dakgoot zit een vrouw, die haar schreiend kind opheft naar den hemel en bidt om ontferming.

Maar alles zal te vergeefs zijn; niemand zal behouden bij de drenkelingen aankomen; en zwijgend staarden zij naar het steeds rijzende water.

Eensklaps echter ging een stem op uit het volk: „Het zijn onze broeders, die in nood verkeeren. \\ ie moed heelt, volge mij! Te water, wie een boot besturen kan!"

t Was een bekende stem. Ieder had ze gehoord vanat den preekstoel, allen hadden voor haar geboeid, met haar geschreid of met haar meegejubeld, naar gelang de zonde,