is toegevoegd aan uw favorieten.

Mijn reis door het aartsbisdom en de stichting van Nieuw-Dordrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dags Benschop verliet was ik niet ƒ150 maar ƒ 250 ri]ker voor Nieuw-Dordrecht. Wat stapte ik vroolijk langs den weg om in IJsselstein het bootje naar Utrecht te pakken.

De hieropvolgende maand Augustus is voor mij rijk aan een gebeurtenis, zoo weldoend, zoo opwekkend en zoo onvergetelijk als geen enkele in geheel mijn leven. Na den lOden Augustus in Dokkums parochiekerk met een preek ƒ75 voor Nieuw-Dordrecht te hebben verdiend, stond ik Woensdag daaropvolgend op het zeestrand te Holwerd. Ik ging preeken op het gouden jubelfeest van de zeer eerbiedwaardigen pastoor van Ameland, den Zeereerw. Heer O. A. Scholten.

De reden dat ik mij begaf naar dit feest, was de volgende.

Ik had een brief ontvangen van den gouden jubilaris van dezen inhoud:

Weleerwaarde Heer!

De bedelaar van Ameland doet een beroep op liet goede hait van den bedelaar van Nieuw-Dordrecht om op a s. 15 Augustus een woordje te zeggen bij mijn gouden feest, maar u mag mij ï iet prijzen.

Gij mist er wel een paar preekdagen door voor uwe goede zaak , maar dat kan de H emel u dubbel vergelden.

Het is duidelijk dat ik dezen waardigen Herder terstond antwoordde: „ik kom".

Zoo stond ik dan Woensdag aan het strand te Holwerd, afwachtend het motorbootje dat mij naar Ameland zou brengen.

De Donderdag daaropvolgende ging voorbij met verschillende voorbereidselen. Vrijdag 15 Augustus was het de jubeldag van Ameland's herder. Reeds 45 jaren lang leert en onderwijst hij hier met een altoos jeugdigen moed.

De eigenlijke feestviering beschreef ik reeds in kleuren en fleuren in de Kath