is toegevoegd aan uw favorieten.

Mijn reis door het aartsbisdom en de stichting van Nieuw-Dordrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor de feestpreek, kwam er iemand achter de heg aansluipen met een bankbiljet van 25 gulden, en toen ik Zondags daarna in Amersfoort was bracht de kapelaan mij nog vijftig gulden na, iets wat daarna dé pastoor ook niet kon laten. Waarlijk in Hoogland is de collecte geslaagd eenig en alleen omdat de heeren geestelijken aldaar de collecte voor de veenen zoo warm hadden aanbevolen. De feestpreek 's middags liep ook prachtig van stapel, alleen beklaagden zich nog velen, dat de pastoor van Nieuw-Dordrecht niet opnieuw collecteerde, zij vonden^ het zoo leuk dat die heeroom zoo echt slag had te zware schalen in een ommezien leeg te maken.

De reis naar Hamersveld ging ook via Amersfoort en de aankomst aldaar aan de pastorie was door en door hartelijk en bemoedigend. De pastoor van Hamersveld toch heeft even als de herder van Hoogland ook aan het heil der Drenthenaren gearbeid, deze in Veenhuizen, gene in Frederiksoord.

Pastoor, zoo was de welkomsgroet, wij hebben ons volkje uwe komst met 'een hartelijk woordje aangekondigd , wij rekenen op succes. Inderdaad, ruim ƒ 300 op de schaal, het is geen kleinigheid, en dan die mooie rijksdaalders, die zeker X nog namens zijne oude moeder nabracht. Edele gever, dankbaar heb ik haar aan het H. Altaar bedacht, toen ik uw moeders overlijden vernam.

Nijkerk was de laatste parochie van het dekenaat Amersfoort alwaar ik zou preeken. Hier was de pastoor maar bang dat de collecte niet hoog zou worden en daarom luidden de krijgswetten: „wel preeken, doch niet in de kerk collecteeren, maar langs de huizen. De parochie is ongeveer vijf honderd communicanten, het is bijgevolg spoedig afgeloopen en buiten de stad zal een van de boeren u wel rijden".