is toegevoegd aan uw favorieten.

Drieërlei grootheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kent. Helaas, er is iets anders dat zijne uitspraken dikwijls bedenkelyk maakt, zoodat gy in uw recht zyt als gij het niet zonder voorbehoud gelooft. „Ach, 't hart is vol van snoode listen, vol van bedrog in eiken hoek (102). Bedorven als de gansche mensch is dit orgaan van menschelijke kennis en niet te gebruiken, tenzy met behoedzaamheid. Maar dit is immers evenzeer het geval met de rede ? En hoe dikwyls staan beide, hart en rede onder den wederzijdschen schadelijken invloed van elkanders bederf? Waarom nu van de rede de zaken harer competentie aangenomen, maar aan de overtuigingen van het hart principieel getwyfeld?

Daarenboven was Pascal er ver af, aan de rede in geestelijke dingen het recht van medespreken te ontzeggen. Dat kon deze man van even scherp verstand als diep gemoed onmogelyk doen; dat deed hy ook niet, die een stijl schreef in welken, gelijk wij zagen, logica en hartstocht om den voorrang streden. In de Gedachten, met name in de onze, openbaart zich een rykdom van gemoed, maar te gelijk groote scherpzinnigheid van geest. Hy gebruikt het hoofd in den volsten zin des woords, niet alleen om de uitspraken van het hart te bevestigen, maar ook om ze te controleeren. Wie hem echter volgt is altyd op zijne hoede dat de controleur geen wetgever worde! Ja, wie hem volgt, gevoelt de waarheid des woords van Sully Prud' homme: „la vraie méthode pour Pascal engage toute 1'ame dans la connaissance.'' Toute Pame? waarom niet „den ganschen mensch"? Als het op zoeken en vinden der waarheid aankomt, dan heeft de zinnelijke waarneming haar recht evenzeer als het hart en als het verstand, maar ook als de verbeelding. Elke eenzijdigheid heeft hier, en dan natuurlijk ook voor de praktyk jammerlyke gevolgen. Wie het intellect verwaarloost zal zich bitter beklagen; maar