is toegevoegd aan uw favorieten.

Drieërlei grootheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgt Partic III (1—104), bevattende de overige Articlcs V XI,

het visioen en de versjes, achter op de schilderijen geschreven! De noten van 70 zijn overgenomen en alzoo komen hier weder de 28 oude „Remarques" en de oanteekeningen van Condorcet. Maai nn heeft de „second éditeur" er talrijke bijgevoegd, sommige zoo laag bij den grond, dat men geneigd is met Chateaubriand (Genie du christ., Ed. Tournai, 1843, page 388, Xote •24), tot wiens gevoelen ouk Faugère (Introduction XXXII) overhelt, te verklaren: „Men kan haast niet gelooven, dat eenige dezer oanteekeningen \an \oltaire zijn; zoover staan zij beneden hem." Best mogelijk dat deze uitgave ook niet geheel door Voltaire bczoigd is, want hare verschijning valt volkomen samen niet zijne allerlaatste drukke levensdagen en daarop gevolgden dood te Parijs; wellicht heeft aan haar deel gehad deze of gene vriend, die er de handen niet van beeft kunnen afhouden. Meer licht had ik waarschijnlijk hieromtrent kunnen ontleenen aan de complete correspondentie tusschen Condorcet en Voltaire (Oeuvres de Condorcet, I, 1—104, Paris 1847—1849) maar ik heb die niet kunnen machtig worden. Dat mijn exemplaar der uitgave Condorcet-Voltaire uit. drie afleveringen bestaat, laat zich gemakkelijk verklaren. Voltaire liet in Holland jaren achtereen ecne soort van tijdschrift, VKvangile du jour drukken, bijna uitsluitend bestaande in geschriften van zijne band. Daarin gaf bij of werd na zijn dood gegeven als X° XVI een afdruk van de Parijsche uitgave der „Pensees' boven beschreven. — 4° Andere uitgaven van Condorcet-Voltaire en van de noten. Xog in 1778 verscheen ecne geheel gelijke uitgave in zakformaat, 2 deeltjes, gevolgd in 1785 door eene eenigszins van deze wat de verdeeling in de twee deeltjes aangaat afwijkende, overigens keuriger gedrukt. Beide zijn in mijn bezit; Bengesco schijnt de laatste niet te kennen: twee lieve boekjes, verguld op snee. Den verminkten tekst van Condorcet-Voltaire hebben zoover mij bekend is, gelukkig alleen overgenomen A. Iliard (183<>) en de „Bibliothèque nationale (1880); Iliard heeft ook de noten, in zoover die op de „ l'ensées" betrekking hebben. Trouwens die noten versieren (?) ook eenige uitgaven, die Bossut gevolgd zijn, zoo als de beide