is toegevoegd aan uw favorieten.

Jezus in zijne levensvreugde of Christus in zijn lijden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in algemeeuea zin. Maar dan heeft ooi; de vraag, die wij bespreken, de vraag, of de christelijke maatschappij al of niet van haren lijdenden Messias moet afscheid nemen, om den Jezus van het »Jesusthum" te volgen, echt-weten schappelijk belang, want in den grond der zaak geldt het hier het recht zelf der metaphysica in den historischen zin van dit woord '). Ik zeg: in den historischen zin van dit woord. Gij kent den strijd, die thans ten onzent gevoerd wordt over het recht der metaphysica in den godsdienst. Er viel veel te leeren uit hetgene reeds tot hiertoe van verschillende zijden in het midden gebracht werd, mijns inziens, ook dit, dat het van het hoogste belang is, om misverstand te weren, dat elk theoloog, als hij van de erkenning der metaphysica spreekt, zich zeer duidelijk verklare, of hij daarmede bedoelt, dat hij zich eene hypothese vormt, of een systeem van hypothesen omtrent het wezen en den samenhang der dingen, ten einde de verschijnselen der wereld daardoor te verklaren, zonder over de realiteit der bovenzinnelijke wereld daarmede een stellig oordeel uit te spreken, dan wel of hij daarmede geacht wil worden met beslistheid zich te voegen

<—> O

onder het getal van hen. bij wie die realiteit onomstootelijk vast staat. Te ontkennen, dat hiermede een wetenschappelijk vraagstuk aangeroerd wordt, dat zoude eene miskenning zijn van geheel den gang der wijsgeerige onderzoekingen van den nieuwen tijd. waarbij het idealisme in het realisme oversloeg en toch wederom het speculatief element op den voorgrond trad zelfs in de nieuwste realistische stelsels, zoodat misschien eerlang voor de speculatieve wijsbegeerte, door de empirische meedogenloos veroordeeld, een nieuw tijdperk zich openen zal. Wij kunnen moeielijk aannemen, dat de wetenschap zoude durven verklaren, dat deze theologische kwestie haar geenszins aangaat. Wat mij betreft, ik meen dat de werkelijkheid der dingen,

') Het zij mij vergund hier de aandacht te vestigen op het referaat van I)r. E. II. van Leeuwen, te vinden inde Stemmen voor waarheid en vrede. 1875 bl. 859 v. v.