is toegevoegd aan uw favorieten.

Van Calvijn tot Rousseau

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal erkennen dat Rousseau tegenover liet ancien régime recht had. De absolute Koning, die uit den strijd tegen de vrijheden van adel en volk zegevierend was te voorschijn getreden, exploiteerde alles ten behoeve van zichzelf, zijn bevoorrechten en gunstelingen; zoo werd hij, door een diepen weerzin tegen zich te wekken, zelf de eerste revolutionair. Het heerlijke „1'état c'est moi!" (d. i. ik behoor met al wat ik ben, aan den Staat toe) werd in den mond van Lodewijk XIV een oproep aan het volk tot omwenteling. Uoor een sterken terugslag ontstond de behoefte om zich den Staat te denken als een maatschappij, in welke allen gelijke rechten hebben en, daar de hoogste wil niet meer rechtvaardig is, nu de gezamenlijk wil in zijn plaats kracht en leven zal verleenen aan het geheel. De leer van contract social en volkssoevereiniteit was voorwaar niet slechts goddelooze lust om 's Hoogsten ordinantiën te vertreden en den mensch tot God te verheffen. Het welig ontvanklijke van den bodem voor die leer was natuurlijk gevolg van de staatsontwikkeling die vooraf ging. De onklare hartstochtelijkheid van het geroep „de natuur, de natuur!" vloeide van zelf voort uit het werktuigelijke der bestaande toestanden. Zij is een mengsel van kwaad en goed. Er is afbreken en opbouwen in. Ken woest en ondankbaar nivelleeren van het bestaande: maar toch ook het zoekend en tastend begin van die samenhangende kennis der wereld als één organisme, waar onze tijd met recht bovenal naar streeft. De organische wereldbeschouwing der achttiende eeuw, door den invloed der natuurstudie bewerkt, is zelve een veel grooter revolutie dan welke twaalf jaren na Rousseau's dood uitbrak. En door dat de christelijke kerk eens-