is toegevoegd aan uw favorieten.

"De mensch van Gods geslachte"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

al is Itij oen Spinoza in denkkracht, liij brengt in zijn gedachten van God altijd iets van «leven» mede, hoe hij er zich ook tegen verweert.»» Zoo spreekt «het Godsgeslacht,» in den mensch dringende door alle wijsgeerige twijfelingen heen. Wanneer men het zoo peinzend starende beeld van den wijsgeer Spinoza, met den blik ter aarde geslagen, beschouwt, rijst onwillekeurig de gedachte: nis die scherpe ziener zijn blik naar het Kruis had gerigt, luisterende naar: «het is volbragt!» en dan in Jozefs hof, het graf ledig vindende, was er weiligt, ook bij hem meer duisters weggevallen dan door wijsgeerige, ongeloovige onderzoeking. Zoo faalt ook de scherpste ziener in zijne waarnemingen en besluiten, wanneer hij niet het ware standpunt inneemt. Hoe schoon zijn de regels:

„Hier is de wijsgeer slechts een kind.

„Miinr die hier Jezus 't meest bemint „ZmI daar de wijsste wezen."

Laat ons met kinderlijken eenvoud gelooven, wat door niemand tot klaarheid te brengen is. «Den kinderen is het Koningrijk der Hemelen!»

Waant, niet den blinddoek voor 't gezigt,

Toch nooit, bekrompen stervelingen,

Den digten nevel door te dringen.

Die over zooveel raadsels ligt.

Vergeefs uw vorsehen en uw gissen.

Wat liooger wil verborgen liet,

Blijft onhepeild en onbespied.

Eerbiedigt Gods geheimenissen,

En treedt in Zijn gerigte niet.

Tollens.