Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ganschen Bijbel klinkt en den dood als vijand aanklaagt.

Ik zeg: het israelitisch-christelijk geluid. Inderdaad, de eenheid van Oud en Nieuw Testament, van het oude en het nieuwe Israël, komt misschien nergens sterker uit dan waar het de beschouwing van den dood geldt. Tegenover de gansche moderne wereld, die, èf, met een epigonenchristendom, den dood begroet als bevrijding van het lichaam en vereeniging met J ezus, — of, met het idealisme, religieus-pantheistisch versterkt dan wel biologisch verzwakt, den dood slechts ziet als een moment van het leven, '•—■ tegenover die gansche moderne wereld handhaaft de Bijbel in Oud en Nieuw Testament beide de werkelijkheid van den dood. De dood is niet slechts een ophouden van het leven, nog minder een transformatie, doch een werkelijkheid. Liever dan bekende texten aan te halen, laat ik een modernen Jood een oogenblik aan het woord, Franz Rosenzweig, die wel zéér goed heeft begrepen, beter dan vele christenen, waarom het hier gaat.

„Vom Tode, von der Furcht des Todes, hebt alles Erkennen des Alls an. Die Angst des Irdischen abzuwerfen, dem Tod seinen Giftstachel, dem Hades seinen Pesthauch zu nehmen, des vermisst

sich die Philosophie (Sie) leugnet diese

Aengste der Erde. Sie reisst über das Grab, das sich dem Fuss vor jedem Schritt auftut. Sie lasst den Leib dem Abgrund verfallen sein, aber die

Sluiten