Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hen nog altijd tot de ware leermeesters van hem, die zich het diepste en fijnste der Europeesche menscheUjkheid wil eigen maken.

Wie, als ik, het voorrecht heeft gesmaakt jonge menschen in de Homerische wereld binnen te leiden, weet, dat geen literatuur zoo sterk tot hen spreekt, als die der oude Grieken. Als ge vertelt of voorleest van de helden der Ilias, gaan Uw jeugdige hoorders partij trekken voor of tegen Achilles, bijna nooit voor den kouden, zelfzuchtigen Agamemnon, bijna altijd voor den edelen Hektor, die een, in zijn oogen, kwade zaak verdedigt, maar zonder geestdrift, en zich opoffert voor den lichtzinnigen vrouwenroover Paris. Diomedes, de ridder sans peur et sans reproche, is hun man; ze hebben eerbied voor Nestor en grenzenlooze bewondering voor Odysseus, den listige, moedige beleidvolle (alleen liegt hij hun een tikje te veel). Hun leeraren geven ze bijnamen en ge boft, als ge Hektor wordt genoemd, en ge wanboft als Thersites, de leelijkste der Grieken, uw bijnaam is, als ge merkt, dat ze Pandaros fluisteren als ge paseert Pandaros, de verrader.

En juist dat partijtrekken en dat bijnamen geven bewijst, dat de helden van Homerus voor hen leven. Van hoeveel dichters kunnen wij zeggen dat hun scheppingen leven met evengroote intensiteit?

Het is een van de twee of drie kenmerken van groote poëzie, dat zij ons geheel en al verplaatst in een andere wereld, die onze aandacht gevangen houdt. Zoo is 't met de Hamlet, al terstond bij het lezen van het

Sluiten