Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen nieuwe opgaven meer te stellen. Met de veranderde .geestelijke en sociale vormen zijn de ontwikkelingsmogelijkheden van de eigenlijke Grieksclie kunst tot een einde gekomen.

Het vorstelijk absolutisme en de snelle wording van het grootestadsleven met zijn ongekende verdichting van rijkdommen, zijn bedwelmende weelde, voert het individualisme en de genotzucht tot uiterste grenzen.

Aziatische en Egyptische perversiteiten verbasteren de zeden, exotische kunststroo— mingen worden weer opgenomen; de ontaardende schoonheidszin, sterk realistisch geneigd, zoekt meer en meer uiting in plastische buitensporigheden.. Het verlangen naar geraffineerd zingenot moet ook visueel geprikkeld worden. Geen voorstellingen, hoe ingewikkeld ook, geen uitdrukking van het innerlijk gemoedsleven liggen buiten het bereik 'van den overvaardigen beitel van den Hellenistischen beeldhouwer. Scherp waarnemend, elke beweging oogenblikkelijk vasthoudend, treedt hij nog dichter aan de natuur, overdrijft de uitdrukkingsfactoren in het pathetische, drijft 'het steenblok uiteen, doet het in sensueele exaltatie naar alle zijden zich atmospherisch met de ruimte verbinden. Het vleesch, in marmer veranderd, blijft zwellen en trillen. Rusteloos wringen zich de lichamen, als wilden zij zich bevrijden uit den anorganischen toestand.

Toch blijft de Grieksche kunstenaar in zijn illusio,nistissch—naturalisme subjectief, idealiseerend. ,

Sluiten