Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

samenwerking volstrekt niets weten. Hij zou eer alle andere partijen uit het land willen verdrijven."

Wordt met deze voorstelling de bedoeling van art. 36 onzer Belijdenis juist weergegeven?

De uitval moge tegen „den heer O. en zijn volgelingen" bedoeld zijn, maar geldt deze eigenlijk niet art. 36 onzer Belijdenis ?

Rechtvaardigt het verleden dat deze belijdenis en ook dit artikel heeft deze voorstelling ?

Het is niet zoo bezwaarlijk eene richting of stelling te bestrijden wanneer men haar eerst zoo ongunstig mogelijk heeft voorgesteld. En te stouter kan iemand in zijn aanval optreden, wanneer hij rekenen kan op instemming en toejuiching zelfs van hen, die anders op méér dan één gebied zijne tegenstanders zijn. Want velen, zeer velen in onzen tijd, onderling door velerlei meeningen verdeeld, reiken hier den schrijver van „Politieke Samenwerking" gaarne de hand.

Vestigen wij echter onzen blik op het verleden, dan zien wij de bedoeling van art. 36 beleden, oprecht en ernstig, door mannen die in art. 7 der Belijdenis, van ganscher harte verwierpen, al wat met den onfeilbaren regel van Gods Woord niet overeenkwam, mannen als Guido de Bray en die met hem aandeel hadden in opstelling en nazien der Belijdenis; verdedigd door mannen als Luther, Calvyn, Bullinger, Marnix, kortom Zanchius sprekende van de roeping der overheid zegt: „bijna al de onzen zijn van dit gevoelen."

Zij hebben, gelijk al het andere in de Belijdenis, ook den inhoud van art. 36 gevonden in de Heilige Schrift.

Getuigt het nu van piëteit voor de vaderen wanneer de bedoeling van art. 36 wordt voorgesteld op een wijze als in „Politieke Samenwerking" geschiedt?

Maar laat ons nagaan, wat eigenlijk de bedoeling is van die woorden welke volgens velen moeten verwijderd worden.

Sluiten