Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

strijd met Jhr. Mr. A. F. de Savornin Lohrnan. Alle anti-revolutionairen hoopten, toen deze scherpzinnige staatsman en kloeke strijder voor de rechten van de school met den Bijbel in 1879 door Goes naar de Tweede Kamer werd afgevaardigd, dat Kuyper en Lohman, dat Lohman en Kuyper de «tweelingbroeders» zouden worden, die het heerlijke werk van Groen zouden voortzetten in eenheid des geloofs, in eenheid van doel en streven. Die hoop werd versterkt, toen Mr. Lohman in 1884 een benoeming tot hoogleeraar aan de Vrije Universiteit aannam; terwijl het werkzame aandeel, dat hij nam aan de doleantie van 1886 en 1887 — men herinnere zich de legende van «de paneelzagerij» — wel den indruk moest vestigen, dat Mr. Lohman en Dr. Kuyper in kerkelijke en politieke zaken het volkomen eens waren. Trouwens, de heer Lohman zelf werkte er toe mee om aan het Nederlandsche volk de overtuiging te geven, dat zij beiden samenwerkten tot één zelfde doel: de een voor de practische politiek in het Parlement, de ander in de pers voor de bewerking van den volksgeest. Immers op de vergadering van de Unie «Een school met den Bijbel», 18 October 1888 te Utrecht gehouden, sprak de heer Lohman onder toejuiching der aanwezigen: «In 1878 was ook ik onder de deputaten, «die het smeekschrift tegen de schoolwet-Kappeijne aan den «Koning (op het Loo) zouden aanbieden, en ontmoette toen «Dr. A. Kuyper, dien ik nog niet van nabij kende, wijl ik «nog weinig met hem in aanraking was geweest. Op een wan«deling in Apeldoorn, sprak ik met hem over de toekomst van «ons volk. Hij wees er op, dat wij, aan de regeering gekomen «zijnde, zware plichten zouden te vervullen hebben; en toen ik «mij eenigszins verrast over deze woorden betoonde, en hem «vroeg, of hij dan meende, dat wij ooit aan het roer zouden «komen, antwoordde hjj: «Binnen 10 jaren zit gijlieden op de *plaats der liberale partij». Ik betwijfelde dit, en dacht dan «ook dadelijk aan hetgeen men toen reeds van Dr. Kuyper «zeide, dat hij n.1. een man van groote verbeeldingskracht was, «maar van weinig practisch inzicht. Intusschen, de uitslag van «de stemming op 6 Maart j.1. (1888) en het optreden van deze

Sluiten