Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Haar voorwerp is : Engelen, 1 Tim. 5 : 21, deze tekst wijst aan dat de staande gebleven Engelen daartoe zijn uitverkoren ; menschen, en wel persoonlijk, zie Openb. 3 : 5, Rom. 9 : 13 ; toch zijn die niet te beschouwen als individuen, los van elkaar, maar gelijk ze in Christus een eenheid vormen. Christus en de gemeente zijn dus opgenomen in dit besluit. Eindelijk is ook Christus voorwerp der verkiezing als middelaar zie Jes. 42 : 1 ; 43 : 10; Luk. 23 : 35 enz., en ook kan men spreken van verkiezing ten opzichte van Hem, omdat de menschelijke natuur van Christus uit loutere genade is bestemd tot vereeniging met den Logos (de goddel. natuur).

Het doel is Gods heerlijkheid in de openbaring Zijner deugden, vooral in het eeuwige leven. Al zijn dan ook uitverkiezing en verwerping beiden besluiten Gods, toch is de uitverkiezing het hoogste, en de verwerping de donkere achtergrond, waar tegenover zij te heerlijker omhoog ryst. Wat in de verwerping wordt ten uitvoer gelegd is niet in zich zelf voorwerp van Gods welgevallen, want verwerping onderstelt zonde, en alleen in zoover is die verwerping zelve een goed, als ze aan het licht doet treden, hoe God in den weg des gerichts die zonde weet te straffen, te onderwerpen aan Zijn majesteit, en daarin zichzelf komt te handhaven, als die alleen God is.

De bezwaren tegen dit leerstuk ingebracht, zyn velerlei, door alle richtingen in de Chr. kerk, reeds sedert eeuwen. Naaiden vader van het stelsel, Pelagius, kan men gemakshalve alles saamvatten onder den naam Pelagianisme. Dit Pelagianisme heeft als grondgedachte, dat de mensch in meerdere of mindere mate nog tot iets goeds in staat zou zijn uit zichzelf ; en dan ook zulk een besluit der praedestinatie als wij dit leeren, alle vrijheid van den menschelijken wil zou bespotten. Maar nu één van de twee ; men moet zijn stelsel aandurven, en dan den mensch volkomen vrij tegenover God stellen ; dan wordt de mensch een soort God in eigen kring ; of men moet meer op Remonstrantsche wijze zeggen, dat God wel de schenker is der genade, maar Hij dat meer heeft gedaan naar Zijn voorwetenschap, dan naar Zyn voorbeschikking. M. a. w. God heeft wel besloten wie er zalig zal worden, maar dat heeft Hij gedaan van die personen, van wien Hij wist en voorzag, dat ze de genade zouden aannemen en in Christus gelooven. Op die wijs trachtte men de z. g. n. wils-

Sluiten