Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toch ligt er Yoor ons Christelijk denken eenige belangrijkheid in. al ware het slechts vooreerst, om te doen zien, hoe onbetrouwbaar de onge!oofs-wetenschap zelve is, die datgene waar ze vroeger mede spotte, thans op de hoogste spits drijft, en ten andere, om op te merken, hoe de leer der erfzonde s«t ongezocht gelijk" ontvangt

Maar toch honde men het verschil in het oog. De leer der erfzonde is nog iets anders, dan deze leer der evolntie toegepast op het kwaad. Immers de erfzonde -is geen soort eigenschap, die tot het wezen des mensehen behoort, want ze is door overtreding van Gods gebod in de menschelijke natunr ingekomen, en kan er door wedergeboorte en heiligmakins weder uitgenomen worden." Zij is aitgestrekt over alle menschen. Eu stelt een iegelijk schuldig eu verantwoordelijk voor God.

Hoofdstuk XII.

HET VERBOND DER GENADE.

Het genade verbond is de weg, waarlangs de gevallen mensch, de zondaar, wederom het eigendom des Heeren kan worden, door in Christus weder tot genade aangenomen te worden. Dit verbond is opgericht, in den Raad des vredes. van eeuwigheid. met Christus als bet Hoofd. En is in den tijd afgekondigd en geopenbaard, reeds in de paradijs-belofte, voorts al duidelijker vooral aan Abraham, en bij Israël. In belofte en profetie, in heel de historie van het volk Israëls wordt dit verbond al meer en duidelijker ontwikkeld, tot eindelijk het Woord vleesch wordt, om in eigen persoon aan alle gerechtigheid Gods te voldoen.

Men lette er dus wel op, dat in het genadeverbond volstrekt geen andere weg naar den hemel wordt geopend, dan dit in het werkverbond was. De weg is en blijft : gehoorzaamheid. De Christus is juist gekomen om die gehoorzaamheid te brengen : wat Adam liet. zal Hij doen. Het werkverbond wordt alzoo verwezenlijkt in het genadeverbond. Maar het heet genade, omdat de schenking van den Christus in de plaats van Adam tot volbrenging der gehoorzaamheid en tot wegdragen van den vloek een daad Gods is. waartoe Hij van onze zijde bezien niet gehouden was. Eveneens is de toepassing of toerekening van Christus' gerechtigheid een daad der vrije ontferming en van het vrije welbehagen Gods.

Men lette er wel op, dat in dit genadeverbond de mensch,

Sluiten