Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hemelsche Vader een welgevallen heeft gehad in Zijn offer, en nu voldaan, Hem tot het leven liet wederkeeren.

De beteekenis van het opstandingsfeit ligt hierin, dat dooide opstanding bewezen is de genoegzaamheid van Christus' offer. Ware Hij toch in den dood gebleven, dan was de overwinning van den dood niet gegeven, ja, dan mocht de vraag rijzen : was het oifer wel genoegzaam, dat Hij gebracht had; eerst dan toch was het schepsel weder volkomen hersteld, en God daarin aan Zijn eere toegekomen, wanneer het het leven en de onverderfelijkheid had ontvangen.

De opstanding roept ons toe: Zie boe de tweede Adam, de schuld van den eersten Adam heeft weggedragen, en den weg die Adam nog vóór zich had in het paradijs, ten einde heeft afgewandeld, de gerechtigheid en het leven verworven hebbende.

Zie voorts Catechismus, Zondag 17.

2. Zijn Hemelvaart.

Veertig dagen na Zijn opstanding is Christus ten hemel gevaren. Dat Hij nog veertig dagen op aarde vertoefde was mede, om Zich den Zijnen te openbaren, en vooral getuigenis te geven in die openbaringen, dat Hij in Zijn verheerlijking dezelfde was in liefde enz., als vóór Zijn sterven.

De Hemelvaart was naar Zijne menschheid zichtbaar, en plaatselijk. Het is dus niet gelijk de Lutherschen meenen een verandering in toestand, maar van plaats. Zie Hand. 3 : 21 ; Ef. 4 : 10 ; Hebr. 9 : 24.

Hij behoorde niet meer als verhoogde Middelaar op deze zoDdige aarde tehuis. En is tevens den Zijnen ten goede weggevaren. Zie daarover Catechismus Zondag 18.

3. Zijne zitting aan Gods rechterhand.

Gelijk in het Oosten de gunstelingen aan 's konings rechterhand zaten, zoo duidt deze uitdrukking aan, dat Hij in den Hemel tot hoogste eer en macht is verheven, Ef. 1 : 20, 21. Hij heeft door Zijn volbracht werk de Middelaarsheerlijkheid ontvangen, om het verheerlijkt Hoofd der gemeente te zijn, door Wien de Vader alle dingen regeert. Heel de wereldhistorie staat in het teeken van den Christus, Hij legt in alles des Vaders welbehagen ten uitvoer. Dit alles wederom den Zijnen ten goede. Zie Catechismus Zondag 19.

4. Zijn wederkomst ten oordeel.

Bij de behandeling van de leer der »laatste dingen", komen we hier nog nader op terug.

Sluiten