Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het natuurlijk leven voor, en evenzoo in het geestelijk leven.

De discipelen, van wie wij lezen, dat zij den Messias gevonden hebben, hadden Hem gezocht, wellicht al langen tijd; maar zij hebben gezocht, totdat zij gevonden hadden. Zij waren het zoeken niet moede geworden. Waarom hebben zij het zoeken niet opgegeven ? Omdat zij zoo hartelijk begeerden, om den Heere te vinden. En waarom verlangden zij zoo naar Hem ? Omdat zij in hunne verlorenheid alléén van Hem de zaligheid hunner ziel verwachtten. Maar, hoe wisten zij van Hem r Wel, dat deelt ook een van Zijne discipelen ons mede. Het is Philippus, die, door den Heere Jezus gevonden, Nathanaël vond en tot hem zeide: Wij hebben gevonden, van Wien Mozes in de Wet geschreven heeft en de Profeten (vs. 46)- Zij kenden den Heere Christus uit de Boeken van Mozes en de Profeten. Daarin is Hij beschreven in Zijn persoon, namen, werk, in al Zijne heerlijkheid. Bovendien hadden zij het getuigenis van Johannes den Dooper, den Voorlooper des Heeren, door wiens prediking zij in het geloof en de hoop op den beloofden Christus waren versterkt geworden.

In de Heilige Schriften dus hadden zij den Christus gezocht; daaruit Hem leeren kennen;

Sluiten