Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

valt; zijne schranderheid, deugdzaamheid, zelfs zijn ijver om Gods Wet te vervullen, of zijne eigene inzettingen van vroomheid, braafheid, zedelijkheid te houden; zoo als de Fariseën inzettingen hadden, die Saulus, zoo lang hij niet bekeerd was tot Christus, zoo nauwgezet opvolgde. Dat alles is als eene liefelijk bloeiende bloem, des velds, die door haar bonte of witte kleuren schittert en iedereen in het oog valt.

Maar het gras verdort, de bloem valt af als de Geest des Heeren daarin blaast. Het deugt dus niet. Want het is niet naar den Geest, anders zou het blijven en nog meer wassen en groeien en de bloem zou nog heerlijker bloeien. De Geest des Heeren is er weliswaar in de eerste plaats niet om te verderven, maar om te scheppen en levend te maken. Hij zweefde bij de schepping boven de wateren. En door den Geest des Heeren is het gansche heir der hemelen gemaakt. Hij heeft de heiligen Gods vervuld, dat zij met groote blijdschap profeteerden en den Heere lofzangen toezongen. aarom blaast Hij dan hier in het vleesch en in zijne goedertierenheid, dat alles sterft?

Omdat het vleesch den Geest niet heeft, maar zonder God leven, werken, leeren, evangelizeeren, zending bedrijven, allerlei vrome vereenigingen en inrichtingen scheppen, de geheele wereld verbeteren wil, maar buiten Gods Woord; en toch matigt het zich aan dat het den Heiligen Geest en het leven bezit. Dat was zoo toen Jesaja leefde, toen de Heere Christus op de aarde kwam, toen de Roomsche Kerk heerschte, en tegenwoordig is het ook zoo. Ja men spreekt thans veel van den Heiligen Geest, men bidt om Hem, en toch als Hij komt, blaast Hij er in, en al het leven is er uit, want het vleesch onderwerpt zich aan de Wet Gods niet; want

Sluiten