Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derden dage is opgewekt uit de dooden, want daardoor weten wij, dat Jesus is de Christus, de Zoon des levenden Gods, de goede Herder, Die Zijn leven stelt voor de schapen, —Die door Zijn bloed de reinigmaking onzer zonden heeft teweeggebracht, en de zaligheid is in ge enen anderen, want er is ook onder den hemel geen andere naam, die onder de menschen gegeven is, door welken wij moeten zalig worden. (Handel. 4 : 12.)

Deze blijde boodschap der zaligheid nu moeten al de verstrooide kinderen Gods weten, zij, die uit Isrel zijn verdreven, opdat zij vergaderd worden; want als de Herder geslagen is, dan worden de schapen verstrooid, en een iegelijk keert zich naar zijnen weg. Intusschen zal de Heere Jesus Zelf het betoonen, dat Hij Dezelfde is gebleven, t. w. de goede Herder, Die naar Zijne schapen zal vragen en Zijne band tot de kleinen zal wenden, tot de armen en zwakken, tot de gebrokene» en verslagenen van harte; Hij zoekt Zijne verstrooide en verdwaalde schapen op, brengt ze te zamen, en leidt ze in Zijnen stal. Hij, de Opgestane uit de dooden, verschijnt aan Zijne discipelen, opdat zij te zamen blijven in de eenigheid des waren geloofs, gebouwd op de Rots der eeuwen, een tempel des Heeren, dien geene macht der hel ooit zal of mag verstoren.

Hoe wondervol en met welke teedere liefde Hij dat heeft gedaan, daarvan geven ons de Schriften menig treffend bewijs; en hoe Hij de diep bedroefde, de felst bestredene het eerst heeft opgezocht en terechtgebracht, dat verhaalt ons de Apostel Johannes in het 20ste Hoofdstuk van zijn Evangelie: het was Maria Magdalena, aan wie de Heere Zich het eerst na Zijne opstanding openbaarde, — en met welk woord Hij haar is bekend geworden, geeft Johannes aan in het 16de Vers van genoemd Hoofdstuk.

Sluiten