Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had, dat God Zelf als 't ware dood was; iets wonderbaar heerlijks, als men moet denken: God is voor mij dood, er is voor mij geen troost, geene hulpe meer, ik moet sterven in mijne zonden, sterven en ter helle varen naar Gods rechtvaardig oordeel, — en men hoort dan zijnen naam roepen. En wat is dat dan voor een naam'? »Maria!« Wat beteekent dat'? Heilige, gehoorzame'? Neen, ongehoorzame, weerspannige! Is dat ook uw naam? Wie roept u dan'? Het is Hij, Die de Verlosser, de Herder Israëls is, Die roept u, want Hij is niet dood, Hij leeft! — En waartoe roept Hij u'? Om u te veroordeelen'? Dan zou Hij u niet roepen, want Hij is niet in de wereld gekomen, om de wereld te oordeelen, maar om haar zalig te maken. Zoo is Hij ook niet opgestaan, om Zijne discipelen te oordeelen en te verwerpen, maar Hij leeft, — zoo zullen ook wij leven. — Wie wij? Welnu allen, die geestelijk »Maria« heeten, d. i. weerspannige, on Die toch Jesus zoeken, omdat zij hunne ziel in het leven niet kunnen houden, want Jesus Christus is gekomen als de Verlosser Israëls. Wel moeten wij allen vreezen, dat God aan onze zonden gedacht en ons overgegeven heeft aan zonde en duivel, maar nu, alzoo zegt de Heere, uw Schepper, o Jakob, en uw Formeerder, o Israël, vrees niet, want Ik heb u verlost, Ik heb u bij uwen naam geroepen, gij zijt Mijne. (Jes. 43 : 1.)

»Spreek alleenlijk een woord«, zoo heeft eenmaal de heidensche hoofdman tot Jesus gezegd, »en mijn knecht zal genezen worden«, en hij heeft recht gesproken, want alzóó is het geschied. Zoo geschiedt het ook hier, en zoo geschiedt het steeds, want Jesus Christus is gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid. (Hebr. 13 : 8.) Hij, de Heere, kent den naam van eenen iegelijk der Zijnen en weet dien alzoo uit te spreken, dat Hij daardoor als 't ware de hand

Sluiten