Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zijn optreden af ieder volkomen kon weten wat hij in zijn schild voerde. Dit heeft hem natuurlijk dikwerf onaangename oogenblikken berokkend, bracht hem menigmaal in conflict met menschea van conservatieven nature in en buiten zijn partij, die het met de voorzichtigheid in strijd achtten om alles aan de groote klok te hangen. Op den duur bleek echter, dat zijn taktiek de beste was. Evenals de oprechtheid en de openhartigheid, waarmede hij zich zelf en het getal zijner geestverwanten nooit grooter of sterker voorstelde dan met de werkelijkheid overeenkwam, ten slotte bleken de eerlijkheid in den kerkelijken en politieken strijd te bevorderen. En bovendien, niets heeft er meer toe medegewerkt om de algemeene onverschilligheid voor de zaken van land en volk om te zetten in levendige belangstelling onder alle rangen en standen dan dat open en bloot leggen van zijn bedoelingen en plannen.

De intree-rede, waarmede Dr. Kuyper zich aan de Hervormde gemeente van Amsterdam verbond, was dan ook een rijke bron van verbazing en' ergernis voor allen, die in den goeden ouden tijd nooit zoo iets gehoord hadden. En reeds uit dit oogpunt verdient die rede de meeste aandacht. Het was iets ongehoords, dat een predikant niet voor een beperkten vriendenkring maar in het grootste kerkgebouw van Amsterdam voor een onafzienbare schare zoo maar in het openbaar het parool voor den kerkelijken strijd aangaf: «We moeten verbouwen of verhuizen*. Om daarna den eisch der vrijmaking van de kerk te formuleeren: «vrij van den Staat, vrij van den geldband, vrij van den druk van het ambt». Men leze o. a. wat de redenaar van het laatste zeide: «Vrij moet de kerk worden van den «druk van het ambt, het drukkend overwicht van één der «bedieningen. Het schoone woord door mijn bevestiger ge«sproken, «dat de gemeente voor den leeraar niet slechts het «witte veld des oogstes is, maar tevens een onafzienbare schare «van mede-priesters», ontlokte een halleluja aan het diepst mijns «harten, en mijn ziel bad om een zegenend Amen, dat uit de «krachtige werkzaamheid der gemeente op dat welsprekend woord «volgen mocht. Het leeraarsambt, gelijk het in den loop dezer eeuw

Sluiten