Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich de kosmos voor zijn geest; in de duisternis der verwarring ging het licht der gedachte voor zijn bewustzijn op.

Zoo is het ook met de theologie. Zij weet wel, dat zij nooit haar doel bereiken en hier op aarde steeds een kennen ten deele blijven zal. Maar zij rust niet en kan niet rusten in de woorden en daden Gods, gelijk ze daar in schijnbare verwarring voor haar uitgespreid liggen in de openbaring. Zij neemt deze aan door het geloof en komt dit standpunt des geloofs ook nimmer te boven. Maar evenals Augustinus door een brandenden dorst naar waarheid verteerd werd, zoo wordt zij door een innerlijk zielsverlangen voortgedreven, om al die woorden en daden Gods in te denken, om haar samenhang op te sporen en om ze alle saam af te leiden uit en heen te leiden naar het goddelijk wezen, dat de oorsprong en het einde van alle dingen is. Theologisch is ze dus, van het begin tot het einde; van God gaat ze uit, tot Hem keert ze weer; zij heeft geen rust, voordat zij ruste gevonden heeft in Hem.

Om die ruste te vinden, acht de theologie geen moeite te groot en geen inspanning te zwaar. In den loop der eeuwen heeft zij zich uitgebreid tot eene breede groep van vakken, die alle door de idee der kennisse Gods worden beheerscht en zich organisch scharen rondom het centrum van Gods openbaring heen. Evenals God ons op geen enkel gebied het gesneden brood in den mond legt, maar de tarwe laat groeien, opdat wij deze tot brood bereiden zouden; zoo heeft Hij ook gewild, dat wij als theologen arbeiden zouden in het zweet van ons aanschijn en met behulp van logica en psychologie, van historie en philosophie de schatten vermeesteren zouden, die in Zijne openbaring verborgen zijn. Van geen enkele wetenschap is de theologie vijandin; alle erkent en eert zij in hare zelfstandigheid; van alle maakt zij dankbaar voor haar

Sluiten