Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoodra er diep ingrijpende quaestiën aan de orde komen van politieken, socialen of wetenschappelijken aard. Wat ons dan samenbindt en samenbinden kan, dat is de Kerk alleen. En daarom is het zoo wenschelijk, om benoeming schorsing en ontslag der Hoogleeraren aan de Kerken over te laten."

Zoo sprak de Professor. Natuurlijk, geheel naar mijn hart. „Br. Bos legde er zich wel niet met zoovele woorden bij neer," schrijft Dr. Bavinck in zijn brochure. Maar Z. H.G. kon er gerust bij geschreven hebben: daar legde zich Ds. Bos met heel zijn hart bij neer. Dat was bijna letterlijk gelijk aan mijn voorstel, op die vergadering voorgelezen. Alleen was het nog wat krasser gezegd, dan ik in mijn voorstel het geformuleerd had.

„De Vereeniging voor Hooger Onderwijs er geheel buiten laten." Dat was kras gezegd. „Benoeming, schorsing en ontslag der Hoogleeraren aan de Kerken over te laten." Dat was juist zooals ik in mijn voorstel had uitgedrukt. Dat was geheel gelijk aan het voorstel-BAvracK te Groningen in 1899. Dat was in overeenstemming met de Verklaring der Professoren in Maart 1901. Was de Professor daar maar bij gebleven tijdens de Synode, dan waren wij klaar gekomen.

Alleen had ik in mijn voorstel er bij: de salariëering ook alleen aan de Kerken, evenals in de Verklaring der Hoogleeraren. En wel hierom. Wanneer de Kerken aan de Hoogleeraren ƒ3000 zouden betalen, en de Vereeniging de rest, bijv. nog ƒ 1500, dan moesten er twee kassen zijn en twee collecten: voor de Kerken èn voor de Vereeniging. Wie betaalt heeft wat te zeggen. Daarom achtte ik beter, dat de Kerken alleen betaalden en ook alleen de kas hadden. Bovendien was dit meer gewenscht, omdat de Vereeniging zich dan vrijer kon bewegen, als eens de nieuwe wet op het Hooger Onderwijs subsidie toekende aan de Vrije Universiteit. Dat geld kwam dan in de kas der Vereeniging en niet in de kas der Kerken. Ontvingen de Kerken van den Staat in hare kas geen gelden, dan bleef

Sluiten