Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat gemoderniseerd. Tot 1892 is het van kracht geweest. Bij de vereeniging van de Chr. Geref. Kerk met de Nederd. Geref. Kerken verviel het evenals andere huishoudelijke bepalingen. Sedert dien tijd is de regeling der kerkvisitatie aan de Classen overgelaten. Een algemeen reglement bestaat er niet meer.

Na dit historisch overzicht van de ontwikkeling der kerkvisitatieidee, komt de vraag aan de orde ,hoe de kerken in onzen tijd moeten worden gevisiteerd.

Wie moet er kerkvisitatie doen? In Luth. landen berust de regeering der kerk bij de overheid en deze oefent haar uit door middel van een consistorie, superintendenten en generaalsuperintendenten. Tot den werkkring van die generaalsuperintendenten, superintendenten en het consistorie behoort dan ook de kerkvisitatie. Maar de kerkvisitatie mag niet van de overheid uitgaan. Zij behoort tot de regeering der kerk. En de regeering der kerk heeft de Heere niet aan de overheid, maar aan de Apostelen gegeven. Heeft de Heiland niet tot zijne jongeren gezegd: Zoo gij iemands zonden vergeeft, dien worden zij vergeven; zoo gij iemands zonden houdt, dien zijn zij gehouden? (Joh. 21 : 23). Sprak Hij niet tot Petrus: en ik zal u geven de sleutelen van het koninkrijk der hemelen? (Matth. 16:19). Voorts is de regeering der kerk toevertrouwd aan de ouderlingen. Zegt de Schrift niet, dat de ouderlingen, die wel regeeren dubbele eer waardig geacht worden ? (1 Tim. 5 :17).

De kerkvisitatie moet ook niet uitgaan van den bisschop, zooals de Roomsch-Katholieken en de Episcopalen in Engeland willen. Het bisschopsambt heeft -in de kerk van Christus geen bestaansrecht. Volgens de Roomsch-Katholieke en de Episcopale opvatting bestond de hiërarchische organisatie, waarbij aan het hoofd van iedere eenigzins aanzienlijke gemeente een bisschop of opziener stond met een aantal ouderlingen en diakenen onder zich als goddelijke instelling van den aanvang af. De ondubbelzinnige uitspraken der Schrift, volgens welke ouderlingen en opzieners (Gr. episkopoi, waarvan het woord bisschoppen is afgeleid) gelijk stonden, tracht men te ontzenuwen door de bewering, dat wel alle opzieners ook ouderlingen, niet alle ouderlingen echter opzieners waren, maar dat er moet

Sluiten