Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderscheiden worden tusschen ouderlingen van den eersten rang, die ook opzieners waren en ouderlingen van den tweeden rang, die het niet waren. Daartegen moet worden opgemerkt, dat al is het bisschops ambt ook zeer spoedig in de kerk opgekomen, daarin toch duidelijk te zien is eene afwijking van de ordeningen der Apostelen. Het Nieuwe Testament weet immers nog niets van een ambtelijk verschil tusschen den opziener en den ouderling. Ofschoon de naam ouderling in den eersten tijd waarschijnlijk eene ruimere beteekenis had en soms ook de oude en eerwaardige leden der gemeente omvatte, als ambtsnaam stond hij toch met dien van opziener gelijk. Immers waren er in de gemeente vele opzieners. Sprak de Apostel Paulus niet tot de ouderlingen van Efeze, die hij bij zich ontboden had: zoo hebt dan acht op u zeiven en op de geheele kudde, over welke u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft. (Hand. 20: 28). Het bisschopsambt heeft dus geen bestaansrecht in de kerk. Daarom mag van den bisschop de kerkvisitatie ook niet uitgaan. — Wie moeten de kerkvisitatie dan verrichten? De dienaren des Woords. De Schrift zegt immers, dat de ouderlingen, die wel regeeren, dubbele eer waardig geacht worden, voornamelijk, die arbeiden in het woord en in de leer (1 Tim. 5 : 17). Zij onderscheidt dus tusschen de oudere leden der gemeente in het algemeen, die als zoodanig aanspraak hebben op eer en zulke oudsten, die het ambt van opziener bekleeden. En dezen zijn nu, omdat zij tot de oudere leden der gemeente behooren en tevens opzieners zijn, eene dubbele eer waardig. Van hen worden dan nog weer onderscheiden zij, die arbeiden in het woord en in de leer. Aan deze laatsten wordt dan naast den arbeid in het woord en in de leer ook de regeering der kerk toevertrouwd. De dienaren des Woords hebben dus ook deel aan de regeering der kerk. Daarom komt ook aan hen de kerkvisitatie toe. De dienaren des Woords zijn evenwel niet de eenigen, die daarvoor in aanmerking komen. Ook ouderlingen kunnen worden benoemd. In de Schrift wordt immers onderscheid gemaakt tusschen ouderlingen, die regeeren en ouderlingen, die leeren. De Apostel zegt, dat de ouderlingen, die wel regeeren dubbele eer waardig geacht worden, voornamelijk die arbeiden in het woord en in de

Sluiten