Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leer. (1 Tim. 5 : 17). Niet alleen de dienaren des Woords, maar ook de ouderlingen hebben dus deel aan de regeering der kerk. De kerkvisitatie behoort tot do regeering der kerk. Dan kunnen derhalve ook ouderlingen tot kerkvisitatoren worden benoemd. Toch zijn in art. 44 van de kerkenordening alleen dienaren des Woords en geen ouderlingen voor de kerkvisitatie aangewezen. Voetius denkt, dat dit geschied is, omdat alle of de meeste ouderlingen niet zonder groot nadeel voor hun zaken van huis kunnen (Voetius. Pol. eccl. Pars III pag. 98). Maar dit is, onzes inziens, geen reden om hen van de kerkvisitatie uit te sluiten. Wanneer er ouderlingen kunnen gevonden worden voor het bijwonen eener Synode, die weken duurt, waarom dan niet voor de kerkvisitatie, die veel minder tijd vordert. Er wordt nog eene andere reden aangegeven, waarom ouderlingen niet aan de kerkvisitatie zouden moeten deelnemen. Ouderlingen, zegt men, hebben minder kennis van de leer en de kerkregeering dan de dienaren des Woords. Daartegen moet worden opgemerkt, dat de ouderlingen toezicht hebben op den dienst des Woords en ter Synode deelnemen aan de gewichtigste beslissingen over de leer en de kerkregeering. Wanneer er zulke groote belangen aan hen worden toevertrouwd, kunnen a) zij

a) Dat bij onze vaderen ook wel ouderlingen voor de kerkvisitatie in aanmerking kwamen, blijkt uit het „Project van die maniere der kercklicken visitation," opgesteld in de Provinciale Synode van Groningen. 2 Mei 1603, waarvan art. 4 aldus luidt: Die visitatores sullen ock selffs niet meinen, als ofi't sie van der visitation mit ehren kercken den tidt ehrer visitatiën geduirende solden frij wesen, sondern ydt sollen dieselve die eine den anderen Nvor geselscliapt mith einem olderlinck offt diener des classis reciproce sine kercken sowol visiteren alsse alJe die anderen und darvan ijn dem hegstfolgenden synodo reckenschop geven. (Peitsma en van Veen. Acta der Prov. en Part, Synoden. Dl. VII, blz. 62). En uit het volgende besluit der Part. Synode van den Priel 31 Aug. 1593: ende bij gevalle het den predicanten ten platten lande niet altijt gelegen en ware hem bij den predicant in der stadt tot desen wercke te voegen van wegen der verre distantie der plaetsen, soo sal de predicant in der stadt bij hem mogen nemen eenen van de ouderlingen sijner kerke ende den predicant ten platten lande eenen van sijne medebroeders, dient best sal gelegen zijn. Ende overmidts het wel noodich is, dat sulke visitatiën op den Sondagen gedaen worden, zoo sullen de naestgezetene predicanten der visitatoren plaetse bewaren. (Peitsma en van Veen. Dl. III. blz. 4).

Sluiten