Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar zegt: „niet ik (fleed dat), maar de genade die met mij is" en omtrent den zegen dien zijn prediking heeft afgeworpen, oordeelt hij aldus: „Paulus plant, Apollos maakt nat, maar God is het .die den wasdom geeft." Deze drievoudige betuiging onderschrijf ik van harte en hoop voortaan, in niets anders te roemen. En wat zalig genot ik bij tijden van den hemel in de eenzaamheid en onder den arbeid ook hebbe en nog nu en dan moge genieten, ik doe daar liever het zwijgen aan toe en zeg daarvan wat Paulus van de hooggaande genietingen zegt, waarvan hij in 't begin van dit hoofddeel spreekt, „van mij zeiven zal ik niet roemen, dan in mijne zwakheden." In dien roem had hij welbehagen. In zijne afhankelijkheid was zijne veiligheid, in zijn zwakheden vond hij de sterkte buiten zichzelven. Deze zijn roem is door genade, ook de mijne gebleven tot hiertoe: te wandelen aan Zijne hand, te zien door Zijn licht, te arbeiden in Zijne kracht, tot nut te zijn door Zijnen zegen, uit te deelen van wat Hij geeft, in hope, daarbij bewaard te blijven, totdat de ure van vertrek daar zal zijn en de laatste roem zal wezen: Niets in mij, alles in Hem, zoo kom ik in Jerusalem.

II.

En voor die hope is grond in Christus, vooral Gods volk, zoowel als voor den Apostel Paulus, die in zijn zwakheden roemt in de kracht van zijnen Heiland, zijn Rotssteen en zijn Bevrijder, wiens Naam is Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst, want Hij heeft tot hem gezegd: Mijne genade is u genoeg. Mijne kracht wordt in zwakheid volbracht.

Hoe trouw heeft de dierbare Immanuel dat woord aan den apostel vervuld! In al zijne zwakheden heeft Hij hem omgord met kracht, in al zijne verzoekingen heeft Hij hem bijgestaan, onder al den strijd heeft Hij hem gesterkt, in al zijn arbeid hem voorgelicht en ondersteund, onder alle zorgen was Hij zijn toevlucht, in elke verlegenheid was Hij hem tot raad en bestuur en Paulus kon aan 't einde van zijn leven het loflied overnemen uit de profetie van Jezaia 12, „de Heere Heere is mijne Sterkte en mijn Psalm en Hij is mij tot heil geworden.''

Ook dat loflied past in deze ure in onzen mond, als we gedenken, hoe voor dezen ons de Heere heeft gunst bewezen

Sluiten