Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot elkander, zooals reeds de woorden zelf bewijzen. Wanneer niet alleen kinderen, maar ook ouderen, dikwijls kennen en kunnen verwarren, en een jongen bijv. zegt: ik kan mijn les, dan zou men bijna geneigd zijn daar een soort van atavisme in te zien; want kunnen beteekende oorspronkelijk kennen, weten, terwijl wat wij kunnen noemen toen en ook later nog door mogen werd uitgedrukt, zooals u bijv. uit ons doopformulier bewijzen de woorden: „In het koninkrijk Gods niet mogen (d. i. kunnen) komen."

Het woord kennen of kunnen behoort tot de oudste woorden, wier geschiedenis wij kunnen nagaan, en is minstens even oud als vader, moeder en kind; trouwens het kennen is de eerste bewuste daad van den menschelijken geest. Merkwaardig is het dat het woord kind van denzelfden wortel komt, en dat het bekennen, dat gij in uwen Bijbel leest in den zin (bijv. Genesis 4:1; Lukas 1 : 34) van gemeenschap hebben van man en vrouw, aan de verschillende indo-europeesche talen gemeen is, terwijl in de Semitische een woord dat kennen beteekent in denzelfden overdrachtelijken zin voorkomt. De taal wijst ons hier, als zoo dikwijls, een weg tot recht verstand der dingen, die anders verborgen zou blijven.1)

*) Vgl. Kluge, Etymologisches Wörterbuch der deutschen Sprache, 5te Aufl. op de woorden Kennen, K'ónnen, Kind.

Wat Dr. Cremer in zijn Biblisch-theologisches Wörterbuch der Neutestamentlichen Gracitat zegt (Vierte Aufl. S. 214 beneden) is niet voldoende.

Wel komt yiyv&G'A.0) in de hier bedoelde beteekenis eerst in de Alexandrijnsche periode voor, en (co)gnoscó) in 't Latijn niet vóór Ovidius, maar aangezien de wortel van kennen en kunnen in 't Germaansch dezelfde is als van yiyi/tifTKOO in 't Grieksch en van cognosco in 't Latijn, is het zeer waarschijnlijk dat die beteekenis ook in het Grieksch en het Latijn overoud is.

Sluiten