Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mij, dat de Heere wederom eenen student der letterkundige faculteit, den doctorandus J. W. Hessels, die zijne dissertatie reeds voor een groot deel geschreven had, na eene langdurige ziekte tot zich genomen had. Dat is reeds de vierde in deze ééne faculteit! Waarlijk onze God leert ons wel, niet op het getal onzer studenten of op hunne gaven ons vertrouwen te stellen. Heilige Hij ook deze beproeving aan onze harten, opdat wij meer op Hem en Hem alleen en volkomen ons verlaten, in het geloof dat Hij nooit laat varen het werk Zijner handen.

Het is op dezen dag de vijfentwintigste vergadering, die onze Vereeniging houdt; hare eerste hield ze den 5den December 1878 in deze zelfde stad. En thans, na vijfentwintig jaren, mogen we de woorden van Zions kinderen tot de onze maken: „De Heere heeft groote dingen bij ons gedaan; dies zijn wij verblijd." (Ps. 126:3.)

Ik zal thans de lotgevallen onzer Hoogeschool niet gedenken; dat kan beter geschieden, wanneer zij, zoo God wil, over drie jaren het feest van haar vijfentwintigjarig bestaan mag vieren. Maar toch, wie uwer is op dezen dag niet vervuld met dat groote feit, dat de Heere bij ons gedaan heeft, die den stichter bij uitnemendheid van deze Vereeniging thans als eersten Minister van onze Koningin in ons midden doet zijn. Zij het u, Excellentie, zeer waarde Broeder! van uwen God gegeven, dat gij ook in dit hooge ambt voor het Universitair onderwijs op den grondslag van Gods Woord ten zegen moogt zijn, opdat wie in dit goede land ook op het terrein der wetenschap zijnen God wil kennen en dienen, op geenerlei wijze daarin belemmerd worde,

Sluiten