Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschijnsel en ook niet nieuw. Het is het streven van den natuurlijken mensch om autonoom te zijn, om zijn eigen wetgever te wezen, zoowel op zedelijk als op wetenschappelijk gebied. Het is de nawerking van het woord van den Verleider, dat de mensch heeft aangenomen: Gij zult als God zijn, kennende, d. w. z. zelf beoordeelende en bepalende, wat goed en wat kwaad, wat waar en wat niet waar zal zijn.

Ik weet wel, M. H., dat wij met het aanhalen van woorden uit de Heilige Schrift voorzichtig moeten zijn, omdat wij, naar de neiging van ons natuurlijk hart, gevaar loopen, wanneer zulk een woord eene bestraffing inhoudt, het op wie ons tegenstaan, wanneer het eene belofte of lofspraak bevat, het op onszelven toe te passen. Zoo moet het echter niet zijn. Het Woord moet in de eerste plaats dienen om onszelven te onderzoeken, om een toetssteen voor ons eigen denken, willen en doen te zijn. En wie het zóó gebruikt, zal ondervinden dat de neiging om autonoom te zijn en elk dogma als een knellenden band van zich te werpen, ook in zijn eigen hart woont. Maar juist, wanneer we dit volmondig erkennen, hebben we ook het recht een verschijnsel, dat we thans zoo algemeen in de wereld van het denken waarnemen, te verklaren uit deze neiging van het natuurlijk hart, die in hare openbaring door geen tegenwerkende motieven wordt gestuit.

Zonder twijfel heeft de strijd tegen het dogma op wijsgeerig gebied zijnen oorsprong in den afkeer van het kerkelijk dogma en zijn gezag. Wie geen vreemdeling is in de geschiedenis van het geestesleven in den

Sluiten