Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene bede voor de Gemeente des Heeren. David heeft immers in die woorden niet maar gedacht aan den aardschen berg Zion met de burcht, die daarop gebouwd was, aan de zichtbare stad Jcrusalom met hare bewoners, maar heeft, verlicht door den eeuwigen Geest, hier eene bede geslaakt voor de Gemeente des Heeren, die onder het beeld en de benaming „Zion" en „Jerusalem" dikwijls in de Heilige Schrift voorkomt. In den geest heeft hij voor oogen de Gemeente van Jesus Christus, door den Vader uitverkoren en aan den Zoon gegeven, — de Kerke Gods, die Hij Zich verkregen heeft door Zijn dierbaar bloed, — het volk aan alle plaatsen Zijner heerschappij, dat de Heere Zich vergadert door Zijn Woord en Geest in eenigheid des waren geloofs, uit alle natiën en tongen, dat Hij verlost uit de banden der zonde en des doods en begiftigt met geestelijke weldaden en zegeningen, dat Hij ook bij deze verlossing beschermt en onderhoudt. Vandaal dat zij draagt die namen van „voorraadschuur" en „tuighuis", van „burcht" en „stad des vredes", waar God Zelf woont en overvloed bereid heeft van al wat tot het leven en de godzaligheid behoort

voor al hare burgers.

Voor Gods Aangezicht dan staat de Gemeente in Christus heerlijk en machtig, maar zoolang als zij hierbeneden is, is zij arm en behoeftig, zwak en weerloos in zichzelve, wordt zij gekweld en geplaagd door vele vijanden, en bevindt zich vanwege hare zonden in allerlei nooden en ellende. Vandaar de

Sluiten