Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons gebed zou aannemen. Wij hebben alles bedorven en bederven het telkens opnieuw, ondanks de ernstigste voornemens en heiligste geloften. Zoo pleit ook David bij God niet daarop, dat hij nu een vrome boeteling is voor Zijn Aangezicht, die berouw heeft over zijne misdaad, die een verslagen en verbroken hart heeft, die met de zonde gebroken heeft en der gerechtigheid is gehoorzaam geworden. Neen, David heeft zichzelven geheel veroordeeld, er is niets goeds aan of bij hem, hij is op zichzelven beschouwd een goddelooze, die den eeuwigen dood heeft verdiend, evenals alle de anderen, met wie hij zich in hetzelfde oordeel der verdoemenis weet. Van zich en van het volk des Hoeren ziet hij geheellijk af, maar heft het oog naar Boven ; daar ligt de grond, waarop hij zijne bede in geloof en vertrouwen mag opzenden, — dat is een eeuwige grond, die ligt in God Zelf, het is het eeuwig welbehagen des Heeren. Zoo zegt hij: Doe wel bij Zion naar Uw welbehagen.

O dat welbehagen des Heeren, — het is dat eeuwige voornemen der genade, waarin God verlorene menschenkinderen in Christus Jesus heeft uitverkoren tot Zijn volk om de eeuwige gerechtigheid, die de Zoon aangebracht heeft door Zijne zelfofferande ; — het is de lust der eeuwige liefde, om genade te verheerlijken in zondaren, die zichzelven moedwillig van hunnen God hadden gescheiden, — om leven te schenken en zaligheid aan zulken, die eeuwig den dood ten buit waren, hen te brengen tot Zijn heil, dat zij eeuwig weder zouden inwonen bij

Sluiten