Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beschrijving van diens Universitaire idealen. Mij wil het voorkomen dat dit sarcasme beter aan andere zaken ware besteed, dan aan een geestesworsteling, zóó heroiek als die leidde tot en uitkwam in de stichting en instandhouding der Vrije Universiteit te Amsterdam. Eveneens ga ik voorbij de meer van spelend vernuft dan van scherp denken getuigende parallel tusschen de argumentatiën der „stakers' en die van den minister in zijn Memorie van Toelichting. Er is alleen dit kleine verschil, dat de stakers een erkend onrechtmatig middel, zoo onrechtmatig, dat er thans straf op is gesteld, wilden handhaven, en de Premier, een aan andere dergelijke lichamen u'ettelijk toegekend recht thans aan alle dergelijke lichamen, aan welke het zijns inziens onrechtmatig werd onthouden, onder zekere waarborgen wil toekennen. Ook dit echter slechts ter loops. Een punt waarbij we even zullen moeten stilstaan is het

„historisch" argument.

De minister heeft in de Memorie van Toelichting er op gewezen, dat het beginsel van vrijheid van onderwijs ook voor het Hooger Onderwijs zich steeds meer heeft baan gebroken. In Art. 2 van het bekende Koninklijk Besluit van 1815, dat tot 1876 ons Hooger Onderwijs heeft beheerscht, werd met zoovele woorden verklaard: „Het staat iedei, die zich daartoe geschikt gevoelt vrij, in de onderwerpen van dit onderwijs aan anderen onderricht te geven." Mocht voor het Lager Onderwijs geen bijzondere school worden opgericht zonder uitdrukkelijke vergunning, voor het Hooger Onderwijs zou zoodanige vergunning niet zijn vereischt. Toen in '48 bij de Grondwetsherziening de vrijheid van Onderwijs uitdrukkelijk in de Grondwet werd geschreven, werd zij aan het Hooger Onderwijs het ruimst toebedeeld. Vroeg het betreffend artikel voor Lager en Middelbaar Onderwijs toezicht plus

Sluiten